Tag Archives: Reformatie

Een kritische blik: recenseren van publicaties over de Contrareformatie

Op een kritische manier kijken naar bronnen is een belangrijk onderdeel van de geschiedwetenschap. Vandaar dat het recenseren van publicaties erg zinvol is. Door middel van recensies kunnen we namelijk beoordelen of een publicatie relevant is voor een onderzoeksvraag. Het is van belang dat een recensie voldoende aspecten van de publicatie behandeld. Om dit te illustreren wordt in dit essay een vergelijking gemaakt tussen twee recensies van publicaties over de Contrareformatie. Namelijk Johanna Roelevink’s recensie van Reformatie in Brabant en Craig Harline’s recensie van The Ashgate Research Companion to the Counter-Refomation.

Om te beginnen komt de vraagstelling van de publicatie kort aanbod. Zowel Roelevink als Harline geven duidelijk een onderwerp en een afbakening aan in tijd, plaats en historisch domein. [1] Over de methode die is toegepast wordt vooral de invalshoek behandeld. Er wordt echter weinig gezegd over het brongebruik. Al geeft Roelevink wel aan dat de bronnen volgens haar op een goede manier zijn gebruikt.[2]
Harline geeft aan hoe de publicatie zich verhoudt tot het historisch debat door aandacht te besteden aan hoe de auteurs omgaan met discussies rond de term Contrareformatie. [3] Zowel Roelevink als Harline benoemen wat de publicatie toevoegt aan de kennis over het onderwerp en hoe de visie van de auteurs aansluit op die van historici die zich met het zelfde onderwerp bezighouden.[4] Bij het formuleren van een eigen visie geeft Roelevink voornamelijk aandacht aan het perspectief waaruit die visie tot stand is gekomen, waar Harline ook aandacht geeft aan de argumentatie. [5]
Casussen worden ook besproken. Roelevink beschrijft de casussen in de vorm van een doorlopend verhaal. Harline betrekt echter de structuur van het boek erbij. [6] Op die manier geeft hij een duidelijk beeld van wat er belicht wordt in de publicatie. Hij staat namelijk stil bij een aantal hoofdstukken en geeft kort aan hoe die zich tot elkaar verhouden en hoe ze zijn veranderd ten opzichte van eerdere edities. Tot slot benoemt Harline kort enkele verbeterpunten.[7]
Harline richt zich in zijn recensie heel duidelijk op de inhoud van de publicatie en het huidige historische debat. Daarentegen is in Roelevink’s recensie het verschil niet duidelijk tussen wat haar eigen visie op het onderwerp is en wat de auteur in het boek heeft behandeld. Bovendien komt ze met een aantal niet beargumenteerde conclusies, zoals: ‘The Dutch province of Noord-Brabant has long suffered from an inferiority complex’.[8]

Concluderend kunnen we zeggen dat Harline in dit geval de meest nuttige recensie heeft geschreven voor een historicus die wil beoordelen of hij de betreffende publicatie kan gebruiken voor zijn onderzoek. Harline weet een omvangrijke editie kort en krachtig toe te lichten op een wijze die aan de lezer de toegevoegde waarde voor diens onderzoek duidelijk maakt, zonder dat hij daarbij teveel met zijn eigen visie op het onderwerp bezig is. Hij geeft een verdeling van de hoofdstukken en een globale indruk van de inhoud, waarbij hij in voldoende mate benoemt hoe de publicatie zich verhoudt tot het historisch debat.

Literatuurlijst
Harline, C., ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation by Bamji, Janssen and Laven (review)’, Renaissance Quarterly, 67:1 (2014) 291-292.

Roelevink, J., ‘Reformatie in Brabant: Protestanten en katholieken in de Meierij van ’s-Hertogenbosch, 1523-1634 by van Gulp (review)’, Renaissance Quarterly, 67:3 (2014) 1030-1031.

[1] Craig Harline, ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation by Bamji, Janssen and Laven (review)’, Renaissance Quarterly, 67:1 (2014) 291-292; Johanna Roelevink, ‘Reformatie in Brabant: Protestanten en katholieken in de Meierij van ’s-Hertogenbosch, 1523-1634 by van Gulp (review)’, Renaissance Quarterly, 67:3 (2014) 1030-1031.

[2] Roelevink, ‘Reformatie in Brabant’, 1031.

[3] Harline, ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation’, 292.

[4] Harline, ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation’, 291; Roelevink, ‘Reformatie in Brabant’, 1031.

[5] Roelevink, ‘Reformatie in Brabant’, 1031; Harline, ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation’, 292.

[6] Roelevink, ‘Reformatie in Brabant’, 1030-1031; Harline, ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation’, 291.

[7] Harline, ‘The Ashgate Research Companion to the Counter-Reformation’, 291.

[8] Roelevink, ‘Reformatie in Brabant’, 1030.

De Reformatie was geen gebeurtenis maar een proces

Wanneer men het over de Reformatie heeft denkt men vooral aan gebeurtenissen in de 16e eeuw. Het spijkeren van de 95 stellingen van Luther wordt vaak als beginpunt gezien, maar die gebeurtenis heeft waarschijnlijk nooit plaatsgevonden.[1][2] Er is niet één enkel beginpunt aan te wijzen voor de Reformatie omdat het vooral een ontwikkeling over langere tijd is geweest. De Reformatie vond bovendien niet overal gelijktijdig plaats[3] en op sommige plaatsen ook onafhankelijk van elkaar. Zo had de Zwitserse hervormer Zwingli in dezelfde tijd vergelijkbare ideeën ontwikkeld onafhankelijk van Luther[4]. Hervormer Johannes Hus stichtte zelfs een onafhankelijke kerk in Bohemen een eeuw voor Luther zijn ideeën kenbaar maakte.[5] De eerste pogingen tot Reformatie vonden dus al plaats in de middeleeuwen.

In de Renaissance kwam de ideologie van het Humanisme op. Humanisten hechtte grote waarde aan teksten uit de klassieke oudheid. Enerzijds werden ze gekenmerkt door de drang terug te gaan op de klassieken en anderzijds trokken ze juist bestaande kennis in twijfel.[6] Het Humanisme verspreidde zich vanuit Zuid-Europa naar Noord-Europa waar christelijke Humanisten de klassieke filosofie met het christelijke geloof probeerde te verenigen. De belangrijkste christelijke Humanist was Erasmus die door zijn observaties over het belang van Bijbelstudie en zijn wens de Bijbel toegankelijk te maken vaak wordt gezien als een voorloper van de hervormers. Erasmus was echter tegen een breuk met de kerk en vond dat hervormingen intern doorgevoerd moesten worden.[7][8]

Humanisten hadden grote invloed op het onderwijs van Europa. Filosofie en klassieke teksten gingen een prominente plaats innemen.[9] Omdat Europeanen grote honger naar kennis hadden ontstonden ook steeds meer universiteiten. In Zuid-Europa waren universiteiten vooral gericht op studies medicijnen en rechten, waar in Noord-Europa meer aandacht was voor theologie en kunsten. Als er in het zuiden al theologie werd gegeven was dat bovendien ook nog in kloosters waarin weinig uitwisseling bestond. In het noorden leefde studenten en professoren in campus-vorm met elkaar en bovendien was het gebruikelijk dat een student na zijn studie ergens les ging geven. Hierdoor vond het in het noorden veel uitwisseling plaats van nieuwe ideeën die aan de universiteiten ontstonden en konden deze zich over een groter gebied verspreiden.[10]

De ideeën van Luther zijn ook verspreid op een dergelijke manier vanuit de universiteit van Wittemberg waar hij theologie doceerde. Naast Luther waren andere hervormers zoals Hus, Zwingli en Calvijn ook allemaal professoren. Hieruit kunnen we opmaken dat de Reformatie is voortgekomen uit (of een verlengde is van) de interne kritiek op de kerk van christelijke Humanisten en verspreid kon worden door de situatie op Noordelijke universiteiten zoals deze onder invloed van het Humanisme zijn ontstaan. Er is sprake van zowel continuïteit als discontinuïteit.[11][12]

Aanleidingen van de Reformatie zoals de politieke verhoudingen tussen kerk en vorsten, de rijkdom van de kerk, interne kritiek op de kerk en eerste hervormingspogingen vonden al plaats in de middeleeuwen.[13] Maar ook de situatie waardoor de Reformatie plaats kon vinden is gedeeltelijk ontstaan door processen die al in de middeleeuwen begonnen zoals de ontwikkeling van het Humanisme en de daaruit voortgekomen universiteiten en intellectuele houding[14], maar ook de ontwikkeling van de boekdrukkunst vond toen plaats waardoor Bijbelvertalingen en propaganda verspreid konden worden.[15] Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de wortels van de Reformatie in de middeleeuwen liggen.

Literatuurlijst

[1] Thurman L. Smith, ‘Luther and the Iserloh Thesis from a Numismatic Perspective’, Sixteenth Century Journal 20:2 (1989) 183-201.

[2] John P. McKay e.a., A History of Western Society (12e druk; Boston 2017) 392-295.

[3] Ibidem, 404-415.

[4]Ibidem, 395-398.

[5] Ibidem, 394, 414.

[6] Ibidem, 362-365.

[7] Paul F. Grendler, ‘The Universities of the Renaissance and Reformation’, Renaissance Quarterly 57:1 (2004) 1-42, aldaar 12-13.

[8] McKay e.a., A History of Western Society, 368-369, 397.

[9] Ibidem, 362-365.

[10] Grendler, ’The Universities of the Renaissance and Reformation’, 3-13, 17-21.

[11] Ibidem.

[12] McKay e.a., A History of Western Society, 392-395.

[13] Ibidem, 358-387.

[14] Grendler, ’The Universities of the Renaissance and Reformation’.

[15] McKay e.a., A History of Western Society, 369-371.