Tag Archives: Oudheid

Polybius: profeet van het eind van de Romeinse republiek

De Historíai van Polybius worden vaak gezien als een verheerlijking van de Romeinse staatsinrichting. Hierdoor heeft Polybius in de ogen van sommigen het imago van een collaborateur gekregen.[1] Uit zijn beschrijving van de Romeinse staatsvorm blijkt weliswaar dat hij deze staatsvorm als superieur ziet.[2] De Romeinse staatsvorm is volgens hem echter niet uitgesloten van anakyklosis, het cyclische model dat hij omschrijft.[3] Daarmee geeft hij toe dat de Romeinse staatsvorm niet perfect is en voorspelt hij de val van de Romeinse republiek en de overgang naar het keizerrijk.

De kringloop van staatsvormen wordt volgens Polybius door middel van een natuurlijk proces doorlopen.[4] Volgens Polybius is dit natuurlijke proces in het bijzonder van toepassing op de Romeinse staatsvorm. Deze is volgens hem namelijk: ‘van het begin af op natuurlijke wijze gevormd en gegroeid’.[5]
Hij benoemt daarnaast expliciet dat de door hem beschreven natuurlijke orde niet enkel inzicht kan geven in het ontstaan van de Romeinse staatsvorm, maar ook in de toekomst, namelijk: ‘de verandering in omgekeerde richting die hierop zal volgen’. Juist omdat de Romeinse staatsvorm zich altijd op natuurlijke wijze heeft ontwikkeld zal deze dat ook blijven doen.[6]
Volgens het cyclische model van Polybius zal een democratie ten val komen wanneer er een jacht op ambten ontstaat en het volk gecorrumpeerd wordt. Als gevolg hiervan zal er een geweldsheerschappij ontketend worden en het recht van de sterksten worden nageleefd. Uit deze omstandigheden zal een ambitieuze en onverschrokken leider opstaan en er ontstaat opnieuw een alleenheerschappij die weer kan uitgroeien tot een monarchie waarin de heerschappij op basis van vrijwilligheid wordt verleend.[7]
Tijdens de late Republiek vonden steeds meer politieke rellen plaats in Rome. De conflicten tussen de populares en de optimates zouden leiden tot een burgeroorlog. Hierin zouden militaire leiders steeds machtiger worden. De ambitieuze generaal Julius Caesar vergaarde veel invloed en werd verkozen tot dictator en consul voor het leven, een ontwikkeling richting de “vrijwillig” toegekende alleenheerschappij.[8]
Uiteindelijk zou Augustus de facto alleenheerser worden door meerdere ambten tegelijk aan te nemen en de staatsindeling te hervormen. De senaat bleef bestaan en enige invloed hebben, de macht was echter niet meer in handen van het volk en een groep aristocraten, maar van de heerser die later keizer genoemd zou gaan worden.[9]

Concluderend kan worden vastgesteld dat Polybius in de tweede eeuw voor Christus al de val van de Romeinse republiek en de overgang naar het keizerrijk heeft voorspeld. Het proces dat hij beschrijft, waarin een democratie vervalt en weer terugkomt op een alleenheerschappij, vertoond grote gelijkenissen met de geschiedenis van de late republiek en zodoende kan Polybius worden gezien als een visionair.

Literatuurlijst

Primaire bronnen
Polybius, Wereldgeschiedenis, vert. W. Kassies (Amsterdam 2007).

Secundaire bronnen
Eckstein, A.M., Moral vision in the Histories of Polybius (Berkeley 1995).
Inglis, D. en R. Robertson, ‘From republican virtue to global imaginary: changing visions of the historian Polybius’, History of the Human Sciences 19:1 (2006).
McKay, J.P. e.a., A History of Western Society (12e editie; Boston 2017).

[1] A.M. Eckstein, Moral vision in the Histories of Polybius (Berkeley 1995) 194-195; D. Inglis en R. Robertson, ‘From republican virtue to global imaginary: changing visions of the historian Polybius’, History of the Human Sciences 19:1 (2006) 1-9.

[2] Polybius, Wereldgeschiedenis, vert. W. Kassies (Amsterdam 2007) 6.10.14.

[3] Ibidem, 6.9.12-6.9.14.

[4] Ibidem, 6.7.1-6.9.10.

[5] Ibidem, 6.4.13.

[6] Ibidem, 6.9.12-6.9.14.

[7] Ibidem, 6.9.4-6.9.9, 6.4.2.

[8] J.P. McKay e.a., A History of Western Society (12e editie; Boston 2017) 141-149.

[9] Ibidem, 154-155.

De agon-gedachte: de dood of de gladiolen

De oude Grieken associëren we vandaag de dag vaak met sport en atletiek. Ze waren immers de grondleggers van de Olympische spelen. Het ging de Grieken echter niet alleen om sport. De grote drang tot competitie kwam in vele vormen tot uiting. Schoonheidswedstrijden, dichtwedstrijden, danswedstrijden, zangwedstrijden, pottenbakkerswedstrijden en zelfs wolkamwedstrijden.[1][2] De competities waren vaak gekoppeld aan een tempel. Zelfs een begrafenis was aanleiding voor competitie, neem bijvoorbeeld de paardenrace in Homerus’ Ilias.[3] Deze competitiedrang kunnen we vatten met de term agon-gedachte.[4]

Eerzucht was een belangrijke drijfveer. Er bestonden geen teams, het ging om de individuele eer van de atleet en daarmee ook die van zijn voorvaderen en thuisland. Zo beschreef Pindaros in het gedicht dat hij opdroeg aan een bokskampioen van het eiland Aigina de macht van de mythische koning Aiakos van Aigina, waarmee de prestatie van de atleet met de prestaties van zijn eiland in verband wordt gebracht.[5] Bovendien werden er enkel persoonlijke records bijgehouden, zoals hoe vaak een bepaalde atleet had gewonnen.[6]

Voor de Grieken ging het enkel om de eerste plaats. Je was winnaar of verliezer.[7] Na afloop van de eerdergenoemde paardenrace wil Achilles de verliezer uit medelijden een troostprijs geven. De eigenaar van het paard dat tweede was geworden wordt echter woedend en wil zijn prijs niet af staan, de ander heeft immers verloren.[8]

Deze mentaliteit van alles of niets zag je ook terug in de oorlogvoering. Men streefde naar een overwinning of een dood op het slagveld.[9] In Thucydides’ beschrijvingen van de Peloponnesische Oorlog plegen de inwoners van een onderworpen stad liever zelfmoord dan dat ze ter dood veroordeeld worden.[10] Dat het principe van de overwinning of de dood voor zowel sport als oorlog gold blijkt uit inscripties die op graven zijn gevonden waar de atleet of soldaat Zeus vraagt om de overwinning of de dood.[11]

Uit deze gedachte kwam een sterk eergevoel voort met een afkeer voor valspelen. Een wedstrijd of man-tot-man gevecht werd namelijk gezien als door de goden bepaald.[12] Pindaros noemde Olympia immers de koningin van de waarheid en riep de goden aan in zijn overwinningsgedichten.[13] Uit Thucydides beschrijvingen van het moreel verval ten tijde van burgeroorlogen blijkt zowel dat hij de handelingen van de beschreven personen veroordeelt door hun oneervolle handelswijzen maar ook dat hij hun eerzucht ziet als voortgekomen uit een onbedwingbare hartstocht.[14]

Samenvattend kunnen we de agon-gedachte definiëren als een prestatiedrang voortgekomen uit eerzucht, waarbij het draait om het overtreffen van anderen. Naast individuele eer ging het hierbij ook om de familie en de afkomst. Uit de agon-gedachte kwam een sterk eergevoel en een verheerlijking van prestatie voort.[15][16]

Literatuurlijst

Primaire bronnen
Homerus, Ilias, Boek 23, 468-513.
Pindarus, Achtste Olympische Ode, P. Lateur vert., 1-4.
Thucydides, De Peloponnesische Oorlog, M.A. Schwartz vert. (1986) Boek 3.82-83.

Secundaire bronnen
Burkert, W., Greek Religion. Archaic and Classical (Oxford 1985).
Finley, M.I. en Pleket, H.W., Olympische Spelen in de Oudheid (2e druk; Amsterdam 2004).
Golden, M., Sport and Society in Ancient Greece (Cambridge 1998).
Sweet, W.E., Sport and Recreation in Ancient Greece (New York 1987).

[1] W. Burkert, Greek Religion. Archaic and Classical (Oxford 1985) 105.

[2] M. Golden, Sport and Society in Ancient Greece (Cambridge 1998) 28-29.

[3] Homerus, Ilias, Boek 23 468-513, 358-359.

[4] M.I. Finley en H.W. Pleket, Olympische Spelen in de Oudheid (2e druk; Amsterdam 2004) 41-44.

[5] Pindarus, Achtste Olympische Ode, P. Lateur vert., 1-4.

[6] Finley en Pleket, Olympische Spelen in de Oudheid.

[7] Ibidem.

[8] Homerus, Ilias, Boek 23 468-513, 358-359.

[9] Finley en Pleket, Olympische Spelen in de Oudheid.

[10] Thucydides, De Peloponnesische Oorlog, M.A. Schwartz vert. (1986) Boek 3.82-83, 184-187.

[11] W.E. Sweet, Sport and Recreation in Ancient Greece (New York 1987) 118-119.

[12] Finley en Pleket, Olympische Spelen in de Oudheid.

[13] Pindarus, Achtste Olympische Ode.

[14] Thucydides, De Peloponnesische Oorlog.

[15] Finley en Pleket, Olympische Spelen in de Oudheid.

[16] Golden, Sport and Society in Ancient Greece.