Profielwerkstuk – Alfred Hitchcock en de Giallo

In mijn laatste jaar op de Havo heb ik voor het Staatsexamen een Profielwerkstuk geschreven. Ik had het profiel Cultuur en Maatschappij en maakte het werkstuk voor het vak Geschiedenis. Als onderwerp koos ik het verband tussen de films van Alfred Hitchcock en de Italiaanse Giallo.

Tijdens het examen heb ik mijn werkstuk gepresteerd aan twee examinatoren. Op basis van die presentatie heb ik een 10 gehaald.

Inleiding

Enkele jaren geleden maakte ik voor het eerst kennis met de films van Dario Argento. In die tijd keek ik steeds meer cult- en obscure films uit de jaren ‘80, waaronder Europese Horror. Tenebre (1982) maakte indruk op me door de combinatie van stijl, spanning en goed camerawerk. Later bleek Tenebre een van Dario Argento’s Giallo-films te zijn en zo ontdekte ik ook andere vergelijkbare films. Inmiddels ben ik al aardig bekend met Italiaanse genrefilms en heb ik me op mijn reis door de cinema alweer op nieuwe paden begeven, maar regisseur Dario Argento blijf ik een genie vinden. Ik ben het met Filmjournalist Alan Jones eens dat elke frame uit zijn films een kunstwerk is dat je in een museum zou kunnen hangen.

Een andere kineast die me ook steeds meer is gaan fascineren is Sir. Alfred Hitchcock. Hij maakte de geboorte van de cinema mee en verbeterde de manier van filmmaken met zijn kenmerkende beeldstijl en interesse voor technische ontwikkelingen. De bekendste filmregisseur allertijden, die van onschatbare waarde is geweest voor de ontwikkeling van de film. Maar wat was zijn invloed op de Italiaanse Giallo (waar hij nog wel eens mee in verband wordt gebracht)?

In dit werkstuk ga ik onderzoeken wat de relatie is tussen de films van Alfred Hitchcock en de Giallo. Om te beginnen moeten we vaststellen wat een Giallo is. Vervolgens wat de kenmerken van de films van Hitchcock zijn en tenslotte de overeenkomsten en verschillen bestuderen.

Hoofdvraag:   Op welke manier zijn de films van Alfred Hitchcock gerelateerd aan de Giallo?
Deelvraag 1:   Wat is Giallo?
Deelvraag 2:   Wat kenmerkt de films van Alfred Hitchcock?
Deelvraag 3:   Wat zijn de overeenkomsten tussen de films van Alfred Hitchcock en de Giallo?
Deelvraag 4:   Wat zijn de verschillen tussen de films van Alfred Hitchcock en de Giallo?

Deelvraag 1: Wat is Giallo?

Giallo (meervoud gialli) is een genre voor literatuur en film afkomstig uit Italië en wordt ook wel Spaghetti Thriller of Spaghetti Slasher genoemd. Het is geen genre zoals deze in Hollywood worden geclassificeerd, maar meer een verzamelnaam, waardoor het erg moeilijk is om vast te stellen welke film nou precies Giallo is. In Italië wordt met Giallo alle Thrillers en Horrorfilms bedoeld. Buiten Italië wordt met de term naar een specifieke stijl van Moordmysterie-films met Horror-elementen verwezen.

Oorsprong
Vanaf 1929 drukte de Italiaanse uitgeverij Mondadori vertalingen van populaire Britse en Amerikaanse mystery-schrijvers als goedkope pulpboekjes met gele omslagen. Omdat ‘de gele-reeks’ van Mondadori zo succesvol was, gingen andere uitgeverijen de gele covers ook gebruiken. In de jaren ’40 werd het vertalen van Amerikaanse fictie verboden onder Mussolini. Wat er toe leidde dat er meer verhalen van Italiaanse schrijvers in omloop kwamen, nog altijd met gele omslagen. ‘Giallo’, geel in het Italiaans, is zo uitgegroeid tot pseudoniem voor detective en mystery-literatuur in Italië (en later ook film).

De opkomst van de Giallo-film
Hoewel er al eerder Giallo-verhalen waren verfilmd wordt Mario Bava’s The Girl Who Knew Too Much (1963) beschouwd als de eerste Giallo-film. Bava liet zich inspireren door de Duitse Krimi-films en de titel is een duidelijke verwijzing naar Alfred Hitchcock, wiens stijl en thematiek in de film wordt geïmiteerd. Het verhaal gaat over een toeriste die getuige is van een moord en vervolgens zelf op zoek gaat naar de moordenaar. Veel latere Giallo-films zouden dezelfde structuur gaan volgen.

Bava’s volgende Giallo Blood and Black Lace (1964) begon de Giallo-rage pas echt met een combinatie van stijlvol kleurgebruik, brute moorden en voyeurisme. De film introduceerde een aantal belangrijke visuele kenmerken van het genre, zoals de stalkende in zwart-gehulde moordenaar met de leren handschoenen die zijn knappe vrouwelijke slachtoffers met een scheermes bewerkt.

Hoogtijdagen in de jaren ‘70
De populariteit van de Giallo bereikte zijn hoogtepunt in het begin van de jaren ’70. Het Italiaanse bioscooppubliek werd overspoeld met een grote hoeveelheid van Giallo-films.

Lucio Fulci’s harde realistische Gialli zoals Don’t Torture a Duckling (1972) en Bava’s bloederige Reazione a Catena (1971) maakte het mogelijk dat de Giallo steeds bloederiger werd en steeds meer Horror-elementen ging bevatten.

Toen Dario Argento zijn debuutfilm The Bird with the Crystal Plumage (1970) uitbracht, werd hij al meteen gezien als de beste Giallo-regisseur. Met zijn Hitchcockiaanse Dierentrilogie zette Argento het voorbeeld voor alle latere Gialli. Waar de Gialli in die tijd over het algemeen erg goedkoop waren, begon de kwaliteit van Argento’s films al meer op Hollywood-niveau te lijken. Zo waren er bijvoorbeeld geen goedkope studio-opnames meer, maar werden ze op locatie gefilmd. Met zijn film Profondo Rosso (1975) vervolmaakte Argento het genre. Net als zijn mentor Mario Bava zou Argento later de vaste genrestructuur van de Giallo loslaten en experimenteren met impressionistisch kleurgebruik. Zijn bovennatuurlijke horrorfilm Suspiria (1977) wordt nog steeds als een van de beste Horrorfilms beschouwd door filmkenners.

Het einde van de Giallo
In de jaren ’80 verminderde de populariteit van de Giallo. Het genre kreeg concurrentie van de gigantische hoeveelheid low budget horror die op VHS verscheen. Daarnaast had de Noord-Amerikaanse Slasher de Giallo bijna volledig vervangen. Toch maakte Dario Argento nog een paar van zijn beste films, waaronder Tenebre (1982), Opera (1987) en Phenomena (1985). Ook in de jaren ’90, toen het genre al een stille dood was gestorven, bleef Argento het genre herleven met films zoals zijn Hollywood-Giallo Trauma (1993), de gestileerde thriller Non Ho Sonno (2001) en een film vernoemd naar het genre zelf: Giallo (2009).

De Giallo heeft een grote invloed gehad in de filmwereld. Het Amerikaanse Slasher-genre is ontstaan in navolging van de Giallo. In tegenstelling tot de Giallo bevat de Slasher wel vrijwel altijd bovennatuurlijke horror-elementen. Verder zijn ook regisseurs als Brian De Palma en Quentin Tarantino beïnvloed door de filmstijl en het geweld van de Giallo. In Nederland vertoont Amsterdamned (1988) enige gelijkenissen met de stijl van de Giallo. Hoewel regisseur Dick Maas een fan was van Argento ziet Horror-expert Jan Doense de film meer als Maas’ versie van Jaws dan als een Nederlandse Giallo. Sinds kort worden er ook weer Giallo-achtige films gemaakt door jonge filmmakers. Neem bijvoorbeeld Amer (2009) of L’Étrange Couleur des Larmes de Ton Corps (2013) van Hélène Cattet en Bruno Forzani.

Kenmerken van de Giallo

Thematiek
Een Giallo is een detectiveverhaal over iemand die opzoek is naar een seriemoordenaar. De identiteit van de moordenaar wordt pas helemaal aan het einde van de film onthuld. Soms is er een logische verklaring voor de moord. Motieven zijn vaak een jeugdtrauma of psychische aandoening van de moordenaar. Soms bevatten Gialli ook bovennatuurlijke horror-elementen, maar over het algemeen zijn het meer realistische thrillers met horror in de vorm van een menselijke moordenaar.

De hoofdpersoon is vaak een toerist of een buitenbeentje. Toerisme, exotisme[1] en paranoia zijn veelvoorkomende onderwerpen. De autoriteiten zijn vaak erg sceptisch, waardoor de hoofdpersoon zelf de moordenaar moet opsporen. Toch heeft de politie of een privédetective vaak wel een bijrol in het verhaal, in enkele gevallen zelfs de hoofdrol.
In Giallo spelen voyeurisme en seksualiteit een grote rol. Voor die tijd bevatte Giallo relatief veel naaktscènes, wat ook te maken heeft met de seksuele revolutie die op dat moment in de filmwereld aan de gang was. In de moordscènes dient het naakt om de kwetsbaarheid van het slachtoffer uit te beelden. Moordscènes worden vanuit het perspectief van de moordenaar verteld en expliciet in beeld gebracht. In tegenstelling tot andere Moordmysterie-films bevatten Giallo een grote hoeveelheid bloed en gore[2]. Door de naaktscènes en de bloederige moordscènes wordt Giallo als Exploitatiefilm gezien.

Visueel
In Giallo wordt vaak veel aandacht aan het uiterlijk van de moordenaar besteed. Zwarte leren handschoenen, een lange zwarte jas en een masker of andere gezichtsbedekking kenmerken het uniform van de Giallo-killer. Het meest voorkomende wapen is het scheermes, maar verder worden er uiteenlopende wapens gebruikt van middeleeuwse marteltuigen tot stanleymesjes. De moordenaar wordt op zo’n manier in beeld gebracht dat zijn identiteit onbekend blijft voor de kijker en daarnaast praat de moordenaar op fluistertoon, zodat zijn stem niet herkend kan worden.

Giallo wordt geassocieerd met sterke cinematografie, bizarre camerastandpunten en stilistische opnames. De opnames worden gekenmerkt door het gebruik van point-of-view shots en close-ups van objecten, dieren of angstige ogen. Verder is de aankleding van de films ook stijlvol.

Kunst, mode en stijl zijn erg belangrijk, zo zie je Jugendstil en Barok architectuur, kostuums van ontwerpers zoals Giorgio Armani en schitterende locaties in Italië, Zwitserland en Duitsland terug. Door impressionistisch kleurgebruik worden de films nog stilistischer, opvallend hierbij is het gebruik van primaire kleuren.

Gialli hebben vaak absurd lange[3] en ingewikkelde titels. Sommige doen denken aan krantenkoppen: Naked Girl Killed in the Park (1972). Veel titels bevatten dierennamen, nummers of kleuren. Four Flies on Grey Velvelt (1971) van Dario Argento combineert ze allemaal.

De muziek speelt een belangrijke rol in het unieke karakter van het genre. De beroemde Italiaanse componisten Ennio Morricone (bekend van Spaghetti Westerns[4] zoals Leone’s The Good, The Bad and the Ugly) en Bruno Nicolai waren toonaangevend voor de muziekstijl van de Giallo. Een combinatie van een typerend funky jaren ’70 geluid en suspensevolle muziek kenmerkt hun werk. Vanaf eind jaren ’70 experimenteerde de rockband Goblin met elektronische soundtracks voor de films van Argento.

Net zoals Spaghetti Westerns en andere Italiaanse Exploitatiefilms worden Gialli vaak (slecht) nagesynchroniseerd. Het mogen dan Italiaanse films zijn, er zijn altijd wel een paar rollen voor Duitse, Franse, Britse of Amerikaanse acteurs. Dit werd gedaan om de film internationaal aantrekkelijker te maken. Soms werd de film ook met Italiaanse acteurs in het Engels opgenomen.

Een belangrijk kenmerk van Giallo-films is dat ze visueel veel sterker zijn dan inhoudelijk. De kwaliteit van de cinematografie, de editing, het production design en de muziek is veel hoger dan die van het acteerwerk en het scenario. Het acteerwerk is over het algemeen theatraal, de dialogen zijn onrealistisch en aan karakterontwikkeling wordt vaak nauwelijks aandacht besteed. Filmkenners loven de films vaak om hun visuele vernieuwingen en sterke cinematografie en letten dan minder op andere aspecten. Leon Hunt noemt Giallo (specifiek de films van Argento) een perfecte combinatie van Art Cinema en Exploitatie.

Deelvraag 2: Wat kenmerkt de films van Alfred Hitchcock?

Inhoudelijke kenmerken
De films van Alfred Hitchcock worden gekenmerkt door een aantal terugkerende thema’s, motieven en plotconstructies. Alfred Hitchcock was een perfectionist en streefde ernaar om zijn films zo spannend mogelijk te maken. Veel van de terugkerende kenmerken van zijn films gebruikt hij dan ook met het doel zijn films spannender te maken.

Plotconstructies en verteltechnieken
Een van de belangrijkste en meest terugkerende kenmerken van het werk van Hitchcock is het gebruik van Suspense. Bij Suspense weet de kijker meer dan dat de personages weten en daardoor wordt spanning veroorzaakt. Suspense was volgens Hitchcock veel spannender dan een onverwachte wending. Hij legde het zelf uit aan de hand van het volgende voorbeeld:  Mensen zitten aan een tafel en ineens gaat een bom af onder de tafel. Het publiek is verbaasd en overdonderd. Als je nu laat zien dat de bom er ligt en tijdens het gesprek van de mensen een klokje met de tijd laat zien, zit het publiek op het puntje van hun stoel en willen ze haast tegen de personages op het scherm schreeuwen dat er een bom ligt. De spanning in Hitchcock’s films wordt grotendeels veroorzaakt door een combinatie van Suspense en onverwachte wendingen.

Met zogenaamde Red Herrings misleidt Hitchcock de kijker. Red Herrings zijn elementen van het plot die op het eerste gezicht belangrijk lijken, maar eigenlijk alleen maar afleiden van de rode draad in het verhaal. Naast Red Herrings gebruikt Hitchcock ook MacGuffins. Een MacGuffin is een voorwerp dat centraal staat in het verhaal, maar inhoudelijk geen bekentenis heeft. Vaak probeert de hoofdpersoon dit voorwerp in handen te krijgen en lijd dat tot cruciale ontwikkelingen in het verhaal. Een MacGuffin hoeft niet per se een voorwerp te zijn, zo is een Spionnenorganisatie de MacGuffin in The 39 Steps (1935).

Hoewel Hitchcock ook Komedies, Drama-films en Romantische films heeft gemaakt kennen we hem vooral van zijn thrillers. Zelf beschouwt Hitchcock zijn thrillers ook als ‘de echte Hitchcock-films’. Toch hebben Hitchcock’s thrillers vaak een vleugje zwarte humor[5]. Voornamelijk in de vorm van luchtigheid en humor in de vorm van dialogen.

Motieven en terugkerende thema’s
Vaak terugkerende thema’s in Hitchcock’s films zijn het Wrong Man-motief of het Dubbelgangersmotief. Door alledaagse personages te gebruiken zou de kijker zich beter kunnen inleven in de film. Als een alledaagse man wordt verward met een ander en zo in de problemen komt, kan dat op sympathie rekenen van de kijker. Vandaar dat Hitchcock vaak gebruik maakte van het Wrong Man-motief, waarbij identiteitsverwisseling een grote rol speelt of een man onterecht van een misdaad beschuldigd wordt. Daarnaast maakt Hitchcock ook veel gebruik van dubbelgangers en symmetrie in personages. De hoofdpersoon en antagonist zijn in veel opzichten elkaars gelijke en het getal twee speelt een symbolische rol.

In Hitchcock’s thrillers hebben de personages vaak een fascinatie voor moorden en misdaad, zoals Hitchcock zelf ook gefascineerd was door misdaad. Daarnaast streeft een personage naar het plegen van de perfecte moord en laat Hitchcock dat in de soep lopen (de perfecte moord bestaat niet), voorbeelden hiervan zijn het plan van de echtgenoot in Dial M for Murder (1954) om zijn vrouw te vermoorden of dat van Bruno in Stangers on a Train (1951) om ‘van moord te ruilen’.

Een kenmerk dat in vrijwel alle Hitchcock-films terugkomt is; Moeders. Hitchcock’s vader overleed vroeg dus had hij een nauwe band met zijn moeder. Veel personages in zijn films hebben ook een hechte of moeizame band met hun moeder. Meestal ligt die moeder-relatie een beetje op de achtergrond, maar in Psycho (1960) is het een van de hoofdzaken van de film.

Opvallend is ook dat Hitchcock in een paar van zijn Thrillers heel erg inspeelt op de actualiteit. Zo was zijn film Foreign Correspondent (1940) een van de allereerste films over de Tweede Wereldoorlog en maakte hij in de jaren ’60 twee films over de koude oorlog; Torn Curtain (1966) over de DDR en Topaz (1969) over de Cubacrisis.

Hitchcock heeft een streng Katholieke opvoeding gehad en zijn films bevatten dan ook Katholieke symboliek. Belangrijke gebeurtenissen spelen zich vaak in kerken af en ook gaan veel films van Hitchcock over schuld en vergeving. Van al zijn films bevat I Confess (1953) de meeste Katholieke symboliek, die film gaat over een priester die worstelt met het biechtgeheim omdat hij van een moord wordt verdacht die aan hem is opgebiecht.

Overige motieven in Hitchcock’s films zijn het reizen met treinen, het spelen van tennis, vallen van hoge plekken, geweld in theaters, het getal 13, het drinken van Brandy en vogels.

Hoewel het censuur op seks in Hollywood erg streng was in Hitchcock’s tijd, speelt seksualiteit toch een grote rol in zijn films. Zoveel als de richtlijnen het toelieten verwijst Hitchcock naar seksualiteit en de schoonheid van vrouwen.

De vrouwelijke hoofdrollen werden vrijwel altijd door mooie blondines gespeeld en Hitchcock probeerde ook een aantal keer om homoseksuele personages in zijn films te gebruiken. Voyeurisme is een vaak terugkerend element in de films van Hitchcock. De hoofdpersoon is vaak erg nieuwsgierig of bespiedt mensen en soms is de kijker zelf Voyeur, bijvoorbeeld als Hitchcock laat zien hoe de hoofdrolspelers persoonlijke gesprekken hebben of op het punt staan zich uit te kleden.

Hitchcock was een groot bewonderaar van de Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud en de personages in zijn films worden vaak gedreven en/of belemmerd door psychische aandoeningen die door Freud zijn gediagnostiseerd. Aandoeningen zoals jeugdtrauma’s, het oedipuscomplex, schizofrenie en castratieangst komen vaak op de achtergrond voor in zijn films. Spellbound (1945) is het beste voorbeeld van Freudiaanse motieven in het werk van Hitchcock, de film gaat over een man met amnesie en een schuldcomplex.

Visuele en technische kenmerken
Alfred Hitchcock heeft een gastoptreden in 39 van zijn 52 films. Voordat hij naar Hollywood ging, waren deze zogenaamde cameo’s uit noodzaak. Zo was er niet genoeg geld voor figuranten tijdens het maken van The Lodger (1927). Toen Hitchcock in Hollywood werkte, werd het een traditie. Meestal is Hitchcock te zien met een muziekinstrument of als een passagier in een bus of trein. De cameo is een voorbeeld van Hitchcock’s humor, zo staat hij in Lifeboat (1944) in een advertentie voor afslankingsmiddel.

De cinematografie van Hitchcock’s films wordt gekenmerkt door vloeiende en sierlijke camerabewegingen. Verder gebruikte Hitchcock ook regelmatig long takes, lange shots zonder muziek en zogenaamde Point-of-view shots, waardoor de kijker in de actie betrokken raakt.

Van 1955 tot 1966 werkte Hitchcock samen met de Amerikaanse componist Bernard Herrmann. Hitchcock’s meest succesvolle films hebben allemaal muziek van Herrmann. Met name de muziek van de moordscène uit Psycho is beroemd geworden. Bernard Herrmann stond bekend om zijn spannende en meeslepende orkestrale muziek. In The Man Who Knew Too Much (1956) heeft Herrmann een gastrol als dirigent. Nadat Hitchcock zijn muziek voor Torn Curtain afwees, kreeg Hermann ruzie met Hitchcock. Daarna zou hij voor bekende Hitchcock-fans zoals Brian De Palma en Martin Scorsese filmmuziek componeren.

Hitchcock’s films zijn allemaal tot in de details van te voren uitgedacht. Zo worden zijn films ook uitgebreid gestoryboard en wil Hitchcock de film dan ook precies maken zoals hij voor ogen heeft. Hitchcock heeft een erg kenmerkende beeldtaal. Hoewel zijn films wel dialogen bevatten, heeft Hitchcock een hekel aan het gesproken woord en vertelt hij veel liever met beelden. Doormiddel van close-ups van objecten, gezichtsuitdrukkingen van de acteurs en symbolische verwijzingen, wordt veel meer duidelijk dan enkel vanuit de dialogen. De beeldtaal van Hitchcock is erg invloedrijk in de filmwereld, zo zie je de camerahoeken uit de moordscéne van Psycho vaker terug bij moordscènes.

Omdat Hitchcock de volledige controle over zijn films wil hebben, filmde hij bij voorkeur in een studio en niet op locatie. In een studio heeft hij de controle over de belichting en is hij niet afhankelijk van het weer. Voor Rear Window (1954) liet Hitchcock de volledige achterkant van een appartementencomplex binnen in een studio nabouwen. Hitchcock maakt ook vaak gebruik van achtergrondprojecties. Er wordt dan op locatie-gefilmd beeldmateriaal achter de acteurs in de studio geprojecteerd, waardoor het lijkt alsof het wel op locatie is gefilmd. Op deze manier konden ambitieuze shots van achtervolgingen, scènes op paarden en in vliegtuigen toch gefilmd worden.

Hitchcock was een erg innovatief filmmaker, tijdens het maken van zijn films experimenteerde hij veel met nieuwe technieken. Zo gebruikte hij voor het eerst montagetrucs waarbij visuele effecten werden gebruikt (de vogels in The Birds). Hitchcock is ook de uitvinder van de zogenaamde Dolly zoom of Vertigo-zoom. Een techniek die voor het eerst in zijn film Vertigo werd gebruikt waarbij de camera tegelijk naar achter beweegt en inzoomt. Dit geeft een apart effect, dat Hitchcock oorspronkelijk had bedacht om hoogtevrees te simuleren. Steven Spielberg gebruikte de techniek later ook in Jaws (1975) en sindsdien is het een fenomeen in de filmwereld. Verder was Hitchcock ook de eerste die de Synthesizer gebruikte voor geluidseffecten en schoot hij in 1954 Dial M for Murder al in (de toen erg populaire) 3D-techniek. Hitchcock’s meest experimentele film is Rope (1948), niet alleen zijn eerste film in kleur, maar ook een film die uit één enkel shot lijkt te bestaan.

Deelvraag 3: Wat zijn de overeenkomsten tussen de films van Alfred Hitchcock en de Giallo?

Verbanden
De eerste Giallo, The Girl Who Knew Too Much, is een duidelijke ode aan het werk van Hitchcock. De titel verwijst naar The Man Who Knew Too Much. De cinematografie lijkt op Hitchcock’s stijl uit de jaren ’30 en ’40 en het verhaal heeft ook typisch Hitchcock-achtige wendingen. Mario Bava heeft zelfs een cameo in de film, zoals Hitchcock ook altijd had.

Dario Argento heeft in Italië een vergelijkbare status als Hitchcock en sommigen noemen hem ook wel ‘de Italiaanse Hitchcock’. Hitchcock had een tv-serie ‘Alfred Hitchcock Presents’ die hij zelf presenteerde (en soms regisseerde), Argento had ook vergelijkbare tv-series op de Italiaanse televisie. De poster van Profondo Rosso (1975) vertoont gelijkenis met die van Vertigo (1958). Omdat Argento door critici zo vaak met Hitchcock is vergeleken maakte hij aan het einde van zijn carrière de tv-film Do You Like Hitchcock? (2005) als eerbetoon aan Hitchcock.

Toen Hitchcock aan het einde van zijn carrière terugkeerde naar Engeland had hij de mogelijkheid om ook naakt en gore te gebruiken. Vandaar dat zijn volgende film Frenzy een stuk explicieter was dan zijn eerdere werk. Hoewel er geen bewijs voor is, wordt Frenzy (1972) door sommigen gezien als Hitchcock’s reactie op de Giallo. Net als de Giallo bevat de film naaktheid, bloed en sceptische politie-inspecteurs. Toch is het zeer onwaarschijnlijk dat Hitchcock überhaupt ooit echt naar Giallo heeft gekeken. Hij stond niet bekend als een man die zich veel aantrok van wat anderen maakten, vinden Horrorkenner Jan Doense en Hitchcock-liefhebber Hans Walther.

Visuele overkomsten
De clair obscure-belichting en het impressionistisch kleurgebruik waar Mario Bava en Dario Argento mee zouden experimenteren, zie je ook al een beetje in bijvoorbeeld To Catch a Thief (1955) van Hitchcock. Het verschil is alleen dat Bava en Argento hele films in die stijl van belichting maakten en het bij To Catch a Thief slechts in enkele nachtscènes werd gebruikt.

Hitchcock en de Giallo gebruiken allebei close-ups van ogen in hun films als symbolische verwijzing. Het filmen van ogen – waar je mee kijkt – verwijst namelijk naar Voyeurisme, wat een belangrijk thema van beiden is.

Van alle Hitchcock’s films heeft Psycho (1960) de grootste invloed gehad op de Giallo. Niet alleen het onderwerp maar ook de manier waarop moordscènes worden gefilmd zie je terug. Zo zit in The Strange Vice of Mrs. Wardh (1971) een imitatie van de beroemde douchescène uit Psycho.

In Hitchcock’s Spellbound (1945) komt het scheermes voor dat later een visueel kenmerk van de Giallo zou worden. Die zelfde film bevat ook een surrealistische droomscène die door Salvador Dali is ontworpen. Toepasselijk want Spellbound gaat over Freudiaanse aandoeningen en de oorsprong van het surrealisme zit o.a. in de droomduidingen van Freud. In de Giallo wordt tevens een combinatie van Freudiaanse verwijzingen en Surrealistische scènes gebruikt. Surrealistische droomscènes komen in veel Giallo voor en in het werk van Argento zit ook een enkele verwijzing naar een (surrealistisch) kunstwerk. Zo zie je in Profondo Rosso een verwijzing naar Melancholie van een mooie dag (1913) van de surrealistische kunstenaar Giorgio de Chirico (zie afbeeldingen hieronder).

Gemeenschappelijke invloeden
De Slasher is door zowel de films van Hitchcock als de Giallo beïnvloed. John Carpenter liet zich voor Halloween (1978) inspireren door de Suspense van Hitchcock en leende de stalkende moordenaar uit de Giallo. Een andere bekende slasher, Friday the 13th (1980), imiteerde de plottwist van Psycho (1960) en de moordscènes uit Reazone a Catena (1971). In tegenstelling tot zowel Hitchcock’s films als de Giallo speelt de identiteit van de moordenaar geen grote rol in de Slasher. Ook zijn de slachtoffers in Slashers veelal tieners, waar het in de Giallo en Psycho volwassenen zijn. In Amerika is Horror over het algemeen ook voor een jonger publiek bedoeld als in Italië.

Brian De Palma is de bekendste ‘imitator’ van Alfred Hitchcock. Met films als Sisters (1971) en Obsession (1976) geeft hij een ode aan de Master of Suspense. Naast een Hitchcock-fan is De Palma echter ook een liefhebber van de Giallo. Met films als Dressed to Kill (1980) en Body Double (1984) gebruikt hij elementen van zowel Hitchcock als de Giallo. De Palma heeft de kenmerkende beeldtaal van Hitchcock overgenomen en stijlelementen van de Giallo zoals het gebruik van scheermessen, de steadycam, point-of-view-shots en de Barokke uitstraling.

Een shot uit Raising Cain (1993) heeft De Palma van Dario Argento’s Tenebre (1982) overgenomen.

Inhoudelijke overeenkomsten
Psychologische aandoeningen spelen een belangrijke rol in zowel de films van Hitchcock als de Giallo. In Vertigo (1958) lijdt de hoofdpersoon aan hoogtevrees en in Trauma (1993) lijdt de hoofdpersoon aan anorexia. In Psycho (1960) is de moordenaar een schizofreen met een jeugdtrauma, vrijwel alle moordenaars in Gialli zijn dat ook. De manier waarop flashbacks worden gebruikt om een trauma te verklaren in Marnie (1963) doet ook denken aan de flashbacks uit de Giallo.

De belangrijkste overeenkomst tussen het werk van Alfred Hitchcock en de Giallo is dat ze allebei spanning combineren met mooie vrouwen, (suggestieve of expliciete) seksualiteit en voyeurisme. Een aantal van Hitchcock’s films en alle Gialli worden beschouwd als een soort van Erotische thriller (zie diagram 1).

De eerste Giallo was een ode aan Hitchcock. Dario Argento wordt vaak met de Giallo vergeleken. De Giallo heeft overeenkomsten met films als Psycho en Frenzy van Hitchcock. Gialli en Hitchcock’s films bevatten de zelfde symboliek, thema’s komen overeen en de Giallo heeft visuele elementen van Hitchcock overgenomen. Ook hebben Hitchcock en de Giallo gemeenschappelijke invloeden. De belangrijkste overeenkomst is dat spanning en seksualiteit in zowel het werk van Hitchcock als de Giallo een grote rol spelen.

Deelvraag 4: Wat zijn de verschillen tussen de films van Alfred Hitchcock en de Giallo?

Verbanden
Argento mag dan bekend staan als de ‘Italiaanse Hitchcock’, critici zien hem als de Anti-Hitchcock. Hitchcock’s films hadden altijd een duidelijk en rechtlijnig plot, waar Argento nog wel eens wil afdwalen. Zo zijn Suspiria en Inferno meer stilistische nachtmerries dan films met een duidelijk verhaal. Ze zijn gemaakt aan de hand van thema’s en associaties en niet aan de hand van een verhaal. Tevens is in Suspiria en Inferno realisme niet aan de orde, het zijn bovennatuurlijke films. Hitchcock’s films waren allemaal wel heel erg realistisch (hoewel er wel spraken was van cinematische suggestie[6]). Argento’s films kunnen worden beschouwd als een tegenreactie op Hitchcock.

Frenzy bevat niet alleen overeenkomsten met de Giallo, maar ook veel verschillen. De film wordt door sommigen als een tegenreactie op de Giallo geïnterpreteerd. Veel clichés uit de Giallo worden namelijk bewust ontweken, zo lijkt het. De identiteit van de moordenaar wordt vroeg in de film duidelijk, moordscenes vanuit het perspectief van het slachtoffer en niet vanuit de moordenaar. Opnieuw is het slechts een theorie, want het is zeer onwaarschijnlijk dat Hitchcock zich door Giallo heeft laten beïnvloeden.

Visuele verschillen
Hoewel seksualiteit en moord in zowel Hitchcock’s films als Giallo een grote rol spelen, visualiseert Hitchcock dat op een suggestieve manier zonder daadwerkelijk expliciet naaktheid en gore te laten zien terwijl de Giallo het wel expliciet laat zien. Frenzy is een uitzondering op deze regel, waardoor je zou kunnen denken dat Hitchcock zijn films misschien net zo expliciet zou hebben gemaakt als Gialli zijn  als hij daar de kans toe had gehad.

Ook een verschil tussen het werk van Hitchcock en de Giallo is dat de Giallo een erg Barokke of Latijnse uitstraling heeft (exotische vrouwen, zonovergoten Italiaanse dorpjes, kunst en versiering) en Hitchcock’s werk een meer Angelsaksische of neutrale Amerikaanse uitstraling (grote steden en Britse dorpjes, Gotische en moderne bouwstijlen, zakelijke omgevingen).

Inhoudelijke verschillen
Bij Hitchcock is niet altijd per se spraken van een plottwist, hij maakt de identiteit van de moordenaar soms zelfs aan het begin van de film bekend en gebruikt dan Suspense.

Bij Giallo is wel (bijna) altijd sprake van (poging tot) plottwists, de moordenaar wordt als allerlaatst pas onthuld en is vrijwel altijd de laatste persoon die je had verdacht (hetgeen soms voor ongeloofwaardigheid zorgt).

Technische verschillen
Zowel Hitchcock als de Giallo besteden niet veel aandacht aan karakterontwikkeling. Alleen doet Hitchcock dat door een populaire acteur te casten waar het publiek bekend mee is, zodat hij zich meer kan richten op het verhaal waar de film echt om draait. De Giallo gaat ervan uit dat mensen alleen in het mysterie en de achtergrond van de moorden zijn geïnteresseerd en daarom besteden ze weinig aandacht aan andere aspecten van het verhaal, zoals karakterontwikkeling.

Het grootste verschil tussen het werk van Hitchcock en de Giallo is zit hem toch wel in het feit dat Hitchcock’s films veel beter zijn verzorgd qua plot. Het verhaal van Gialli is meestal gebaseerd op pulpromannetjes en daarom ook inhoudelijk niet zo sterk. Gialli bevatten continuïteitsproblemen en zogenaamde plotholes[7]. Het verhaal van Hitchcock’s films klopt wel tot in de puntjes en kunnen uitgebreid worden geanalyseerd.

Dario Argento’s werk wordt door critici als een tegenreactie op Hitchcock gezien. Frenzy is in veel opzichten het tegenovergestelde van een Giallo. Hitchcock is suggestief, waar de Giallo expliciet is. Hitchcock’s films hebben een beter verzorgd plot en zijn beter uitgewerkt. Giallo zijn verhaaltechnisch veel minder sterk.

Conclusie

Samenvatting
Giallo is een Italiaans filmgenre voor Mystery/Thriller/Horror films met een erg kenmerkende stijl. Hitchcock maakte films volgens een aantal plotconstructies, terugkerende thema’s en had een kenmerkende beeldtaal. De belangrijkste overeenkomst tussen Hitchcock’s werk en de Giallo is dat het allebei Thrillers zijn met als belangrijkste elementen spanning en seksualiteit. Daarnaast is de Giallo ook door het werk van Hitchcock beïnvloed op zowel inhoudelijk, visueel als technisch gebied. De voornaamste verschillen tussen het werk van Hitchcock en de Giallo zijn dat de Giallo explicieter is qua moordscènes en seksualiteit en Hitchcock’s films een beter verzorgd plot hebben en beter zijn uitgewerkt.

Op welke manier zijn de films van Alfred Hitchcock gerelateerd aan de Giallo?
De combinatie van spanning en mooie vrouwen, seksualiteit of voyeurisme is altijd wel populair geweest bij het grote publiek. De Italiaanse filmindustrie staat bekend als exploitatiegericht, dat wil zeggen dat ze genres maken die op dat moment populair zijn en trends proberen te gebruiken om winst te maken. Zo was de Western in de jaren ’50 en ’60 mateloos populair, hetgeen de Spaghettiwestern tot gevolg had. Als een (Amerikaanse) film succesvol is, worden er in Italië meestal vergelijkbare films gemaakt.

Toen Hitchcock langzaamaan geen films meer kon maken, was de combinatie van spanning en seksualiteit nog steeds populair. Zo bleek uit het grote succes van de vroege – door Hitchcock geïnspireerde –  Gialli van Mario Bava en Dario Argento. De Italiaanse Exploitatiecinema zag zijn kans schoon en begon grote getalen Gialli te maken, allen met elementen die Hitchcock heeft geïntroduceerd. Zo heeft de Giallo zijn bestaan te danken aan de gepensioneerde Master of Suspense. Hitchcock’s beeldtaal werd geïmiteerd, zijn thematiek overgenomen, zijn onderwerpen overgenomen en daar bovenop werd een Italiaanse Barokke uitstraling toegevoegd.

In de geest van seksuele revolutie en de grote veranderingen in het New Hollywood van de jaren ’70 werden de suggestieve scènes explicieter en bevatte de films veel naakt. Ook werd de Horror explicieter en werd in navolging van films als Blood Feast (1963) en Jigoku (1960) gore gebruikt. Het begin van een revolutie in het Horrorgenre waar de Giallo nog even een koploper van zou blijven. Hitchcock was zelf ook vooruitstrevend en streefde naar zo spannend mogelijke films. Door de jaren heen is de definitie van spanning veranderd en zodoende is het expliciete aspect van de Giallo een voortzetting van Hitchcock’s streven naar spanning.

Concluderend kunnen we stellen dat het verband tussen Hitchcock en de Giallo bestaat uit het feit dat makers van Giallo door Hitchcock zijn geïnspireerd en zijn stijl hebben overgenomen of hier tegenin zijn gegaan. Er zijn veel overeenkomsten, zo komt de thematiek overeen en zijn er ook visuele overeenkomsten en technische overeenkomsten. Hitchcock en de Giallo waren bovendien beiden vooruitstrevend. Een ding is zeker, zonder Hitchcock was de Giallo-film nooit van de grond gekomen.

[1] Exotisme verwijst naar interesse in exotische zaken, in dit geval een mediterrane sfeer en exotische vrouwen.

[2] Met ‘Gore’ worden de make up en special effects van moordscènes in Horrorfilms bedoelt.

[3] Voorbeelden: Your Vice Is a Closed Room and Only I Have the Key en Estratto dagli Archivi Segreti della Polizia di una Capitale Europea.

[4] ‘Spaghetti Western’ is een term die voor Italiaanse Western-films wordt gebruikt.

[5] Zwarte of donkere humor is sadistische humor, niet te verwarren met slap-stick.

[6] Een film is niet ‘echt’, maar er is sprake van suggestie van realisme. Bij oudere films valt dat soms meer op.

[7] Gaten in het verhaal, waardoor het niet realistisch is.

 

Interview: Jan Doense over de Giallo

Jan Doense – ook wel Mr. Horror genoemd – is in Nederland dé autoriteit over alles wat met Horrorfilms te maken heeft. Tevens is hij een van de grondleggers van het Fantastic Film Festival, voor Horror-, SF- en Fantasyfilm. Voor mijn werkstuk over Alfred Hitchcock en de Giallo vraag ik hem om zijn deskundigheid op het gebied van de Giallo.

B: Wat was je eerste kennismaking met de Giallo?
J: Dat was Profondo Rosso van Dario Argento. Die draaide eind jaren ’70 in Nederland. Achteraf gezien was dat mijn eerste Giallo. Ik was toen ongeveer 17 (net als jij nu) en die film maakte veel indruk op me. Het was heel anders dan alles wat ik daarvoor had gezien. Suspiria maakte een nog grotere indruk. Die zag ik ooit met Dave Schram (producent van Dick Maas’ Prooi, Daens en Pietje Bell) en die is er nog steeds niet over uitgepraat.

B: Je hebt Dario Argento ook ontmoet toen hij op het Fantastic Film Festival was. Hoe was dat?
J: Ik kende hem daarvoor al. Hij is drie keer op ons festival geweest en ik ben hem eerder ook op andere festivals tegengekomen. Het is eigenlijk een heel benaderbare man, het is makkelijk om met hem in contact te komen en op die festivals manifesteert hij zich goed.

De eerste keer was in 1993, dat was erg leuk voor de fans natuurlijk, hij wilde alles signeren. Ik heb hem toen door mijn zus laten begeleiden, zei spreekt namelijk vloeiend Italiaans. Daardoor werd hij ook wat losser en vertelde hij ons over zijn huwelijkscrisis (tussen hem en Daria Nicoldi) toen we op een terrasje zaten. Hij vertelde dat ze ruzie kregen en dat hij toen gewoon weg is gegaan en in een ander huis is gaan wonen, “But I felt free” zei hij. (lacht)

De tweede keer kwam hij omdat zijn dochter Asia had gezegd dat hij het Red light district in Amsterdam moest zien, omdat het haar deed denken aan zijn films. Dus toen ben ik met hem naar de Wallen geweest en daar liep hij echt verwonderd rond. Hij zei “When I am back in Rome, I will call the Pope and tell him he has to do something about this”. (lacht) Toen kwamen we daar ook een aantal Italianen tegen die hem herkende, dat vond hij niet zo leuk.

De derde keer was ter gelegenheid van zijn film Sleepless. Toen wilden we hem uitnodigen om een lifetime achievement award te geven, maar ik kreeg te horen dat hij niet kon komen. Toen de Nederlandse distributeur dreigde de film te weigeren heb ik Dario gebeld. Blijkbaar was er onenigheid over de rechten van de film en daarom wilde hij er niets meer voor doen totdat dat opgelost was. Hij vertelde me dat hij toch graag kwam en het een grote eer vond. Toen heb ik heb ik hem ook geïnterviewd, daar zijn geloof ik nog beelden van (op de DVD van Inferno).

Op internationale festivals kom ik hem nog wel eens tegen en dan maken we altijd even een praatje.

B: Volgens jou was hij heel open, praat hij ook graag over zijn eigen werk?
J: Hij praat meer over zijn films dan over de dingen die hem echt bezig houden. Dat hij over zijn huwelijk begon kwam waarschijnlijk door mijn zus. Dario is volgens mij een man met veel duisternis in zijn hoofd en daar praat hij helemaal niet over. Maar over zijn films praat hij erg graag. Hij is sowieso heel makkelijk om mee te praten en prettig in omgang. Veel andere regisseurs denken van “Jezus moet ik nou alweer over die film praten”.

B: Als je kijkt naar nou jouw eigen werk, ben je dan door het werk van Dario of de Giallo beïnvloed?
J: Om te beginnen heb ik natuurlijk niet zoveel films gemaakt, dus om nou te zeggen dat ik echt door Dario beïnvloed ben vind ik een beetje ver gaan. Op de middelbare school heb ik wel een filmpje gemaakt dat heel erg Giallo-achtig is. Ik had toen alleen nog nooit een Giallo gezien, dus het is onbewust. Ik liet me toen meer door House of Wax met Vincent Price inspireren. Het was wel een moordenaar met zwarte handschoenen en een masker, dus echt een killer a la Blood and Black Lace zeg maar.

B: Denk je dat er überhaupt Giallo-invloeden in de Nederlandse filmindustrie zijn te vinden?
J: (lacht) Nee, ik zou niet echt een Nederlandse film met Giallo-invloeden kunnen bedenken.

B: Amsterdamned niet een beetje?
J: Amsterdamned is toch meer een van Dick Maas’ films die eigenlijk Jaws zijn. Maar Dick is volgens mij wel een liefhebber van Gialli, dus wellicht dat het kleurgebruik in sommige genres iets van Argento heeft.

B: Wat vind jij zelf het meest kenmerkende aspect van de Giallo?
J: Goede vraag. Als je mij vraagt wat een Giallo is dan zeg ik dat dat Thrillers zijn die dicht tegen het horrorgenre aanliggen en grote plottwists bevatten. Als je het verhaal dan achteraf gaat analyseren kom je er vaak ook achter dat het de grootst mogelijke flauwekul is, maar ondertussen is het wel entertainment. Verder is het natuurlijk vooral de in zwart gehulde moordenaar met grote messen en dat blijkt dan vaak degene te zijn van wie je het, het minst verwacht.

B: In Argento’s Dierentrilogie komen de Hitchcock invloeden het best tot uiting, vind ik zelf. Hoe komen die invloeden volgens jou tot uiting?
J: Argento was natuurlijk filmcriticus, dus hij zag erg veel en was uiteraard fan van Hitchcock. Ik denk dat Psycho voor heel veel Giallo-makers echt een voorbeeld is en dat Hitchcock daarmee misschien wel onbewust de grondlegger van de Giallo is. Een Giallo is natuurlijk een Crime/Psycho-thriller in zijn meest herkenbare vorm en Hitchcock was zelf ook altijd met dat soort films bezig. Het is denk ik aan Mario Bava te danken dat als we aan een Giallo denken, we denken aan gestileerde Horror-achtige thrillers. Die pulpromannetjes (waar ze op gebaseerd zijn) zijn natuurlijk maar pulpromannetjes, het komt door een handjevol Italiaanse filmmakers dat wie die films zo als stijlvol typeren.

B: Hitchcock maakte Frenzy nadat hij met al die imitaties van zijn werk, zoals de films van Brian De Palma of de Giallo, was geconfronteerd en daarom zien sommigen die film als een soort tegenreactie op die imitatie. Hoe denk jij daar over?
J: Daar heb ik geen mening over eigenlijk. Ik denk dat Hitchcock op dat punt in zijn carrière bezig was met hoe hij zijn kijkers nog kon verrassen en helemaal niet bezig was met reageren op De Palma of Italiaanse regisseurs. Volgens mij was hij toen meer bezig met grenzen opzoeken. Ik kan me nog herinneren dat er toen veel kritiek was op Frenzy omdat de film vrouwonvriendelijk zou zijn en hij was voor zijn doen ook erg expliciet bezig met naakt en zo. Dus ik denk eerder dat hij keek hoe ver hij kon gaan en niet bezig was met reageren op de Giallo.

B: Dus hij was zijn grenzen aan het opzoeken en maakte per toeval iets dat een beetje op de Giallo leek?
J: Ja, als je het zo zou stellen. Alle films van Hitchcock hebben natuurlijk een zekere mate van gestilleerdheid en bij Frenzy is dat wat ruiger als normaal. Het is ook moderner, jaren ’70, en dat hij daarom wat meer probeerde.

B: We hadden het eerder over Brian De Palma. Herken je Giallo-invloeden in zijn werk?
J: Jazeker, als je kijkt naar zijn films als Dressed to Kill, Blow out, Raising Cain. Sisters is meer Psycho, maar De Palma’s Hitchcockiaanse films zijn allemaal wat barokker dan de films van Hitchcock en daardoor vind ik dat ze wel vergelijkbaar zijn met de betere Gialli.

B: En het werk van De Palma is natuurlijk ook een stuk explicieter dan dat van Hitchcock.
J:Ja, dat ook. Gialli zijn ook best brutaal en er zit ook nog heel expliciete seks in (lacht).

B: Daar was bij Hitchcock natuurlijk geen sprake van, die mocht enkel wat suggestiviteit in zijn werk brengen.
J: Ja, maar dat was natuurlijk ook gewoon van “we zijn Brits en dat kon gewoon niet’, hij moest namelijk ook werken in het studiosysteem en daar kon ook per definitie minder dan in de independent scene.

B: De Amerikaanse Slasher wordt ook vaak gezien als door de Giallo beïnvloed. John Carpenter noemt Argento als een grote invloed op Halloween.
J: Sommige Slashers zijn zeker door de Giallo beïnvloed. Toentertijd werd er op trends ingespeeld, dus ik kan me goed voorstellen dat slashers leentjebuur speelden bij de Giallo. Halloween kwam iets na Suspiria en Profondo Rosso, dus het zou kunnen. Volgens mij is Carpenter echter niet specifiek door Argento beïnvloed, maar door grote filmmakers uit alle genres, waaronder Alfred Hitchcock natuurlijk.

B: En hoe zit het dan met Friday the 13th? Het plot heeft wat weg van Psycho en de kills lijken sprekend op die van Reazone a Catena.
J: Ik ben dat niet helemaal met je eens. Psycho vind ik een beetje een verregaande vergelijking. Beide films proberen wel een psychologische verklaring te geven voor de moorden, maar bij Friday the 13th was dat toch wel heel erg mager.

De film wordt wel vaker in verband gebracht met Reazone a Catena. Beide films volgen het Ten Little Indians-principe, waar we zo veel mogelijk moorden voorgeschoteld krijgen. Ook waren het allebei pioniers op het gebied van gore. Reazone a Catena had voor die tijd veel gore en Friday the 13th was een van de eerste films met expliciete gore die door een grote distributeur werd uitgebracht.

B: Wat vind jij zelf een belangrijke overeenkomst tussen de films van Hitchcock en de Giallo?
J: Hitchcock was gefascineerd door ingenieus bedachte moorden en dat is natuurlijk iets dat je in de Giallo ook veel ziet. Verder is er ook een soort perversiteit bij beiden. Neem nou de douchescène uit Psycho, daar wordt een naakte vrouw herhaaldelijk met een groot mes gestoken. De moordscènes die Argento heeft gechoreografeerd hebben ook zo’n perversiteit.

B: Wat vind jij dan een groot verschil tussen het werk van Hitchcock en de Giallo?
J: Wat me stoort aan de gemiddelde Giallo is dat het verhaal er niet toe doet. Ook bij de films van Argento. Ik zag al zijn films en dan vond ik het verhaal steeds weer slechter dan dat van de vorige. Toen ik Tenebre zag dacht ik dat het niet slechter kon, maar nu vind ik dat een van Argento’s betere films. Ik had het er ook over met Alan Jones (schrijver van Dario Argento: The Man, The Myths & The Magic), met wie ik Dracula 3D had gezien. Ik dacht echt dat die film het einde voor Argento’s carrière zou betekenen. Ik vroeg hem waarom Argento nooit een fatsoenlijke scenarioschrijver inhuurt en hij vertelde me dat Dario totaal geen tegenspraak duldt als het gaat om het maken van zijn films. Volgens Alan kan hij een lastige man zijn om mee samen te werken.

Maar het is wel een probleem waar alle Gialli een beetje mee kampen. Het verhaal is zo geconstrueerd dat het nergens op slaat, terwijl je bij Hitchcock (bijna) altijd denkt ‘wat is dit goed bedacht’.

Argento heeft dan wel weer films waar het plot ook niet veel uit maakt. Bij Inferno of Suspiria is het meer een grote nachtmerrie dan een film met een verhaal. Ik denk dat Dario’s drugsverslaving daar ook een rol in heeft gespeeld. Suspria is ook meer een bovennatuurlijke Horror en niet echt een Giallo. Dat is ook meteen een verschil met Hitchcock, die maakte vooral ‘realisme’. Het kleurgebruik van Mario Bava in die films is ook best ‘over-the-top’ en dat zal je niet zo snel in een film van Hitchcock tegenkomen.

B: De hypothese van mijn werkstuk is dat de relatie tussen het werk van Hitchcock en de Giallo ligt in het feit dat Hitchcock stopte met films maken en mensen nog steeds vergelijkbare films wilde zien, maar dan wat explicieter en eigentijdser.
J: Interessante gedachtegang. Italianen zijn natuurlijk altijd goed geweest in het imiteren van wat op dat moment succesvol is. Dus als Mad Max succesvol is komen er veel apocalyptische actiefilms en als Dawn of the Dead succesvol is komen er films zoals Zombi 2 van Lucio Fulci uit. Ik denk dat je het ontstaan van de Giallo als filmgenre wel kunt koppelen aan het internationale succes van de films van Hitchcock. Maar niet zozeer in het feit dat Hitchcock met pensioen ging. Het is meer dat sexy thrillers het toen erg goed deden en de Italianen die trend aangrepen om winst te maken. Films als Psycho van Hitchcock zijn eigenlijk ook sexy thrillers en dat is altijd wel populair.

B: Waarom is de Giallo dan uit de gratie gevallen in de jaren ’80?
J: Ik denk dat de smaak van het publiek is veranderd. Wij kunnen er natuurlijk geen genoeg van krijgen, maar mensen hebben het op een gegeven moment wel een beetje gehad met een bepaald genre. Verder kreeg de Italiaanse genrefilm het natuurlijk heel erg moeilijk na het videotijdperk. Argento bleef gewoon doorgaan met films maken, maar voor de anderen lag de lat te hoog om nog Gialli te maken. Inmiddels is het tijdperk Argento ook een beetje ten einde, vrees ik.

B: De Giallo is zo goed als verdwenen, maar ik zie toch steeds meer Giallo-achtige films verschijnen. Zijn jou nog films opgevallen?
J: Ik ben heel erg fan van Hélène Cattet en Bruno Forzani van Amer en The Strange Color of Your Body’s Tears. Dat vind ik heel erg intrigerende films. Veel van die moderne Gialli’s zijn toch puur imitatie werk en Cattet en Forzani voegen dan nog wat toe aan de stijl van het genre. Verder kijk ik ook uit naar de nieuwe film van Can Evrenol die The Housewife moet gaan heten. Dat wordt zijn eerbetoon aan de Giallo.

B: Zal er weer een Giallo-trend komen in de toekomst, denk je?
J: De jeugd heeft de toekomst. Zelf heb ik iets van ‘verzin eens wat nieuws’, maar ik kan me voorstellen dat iemand van jouw leeftijd, die het genre net heeft ontdekt, het heel tof vindt als er moderne films uitkomen die het een beetje imiteren.

Interview: Hans Walther over Alfred Hitchcock

 

Hans Walther is een Nederlandse animatieregisseur, filmeditor en filmkenner. Voornamelijk bekend van De Sprookjesboom, Café De Wereld en Onderweg naar morgen.  Momenteel werkt hij aan de nieuwe serie van Nijntje en geeft hij lezingen en workshops over film en animatie.

B: Hoe ben je voor het eerst in aanraking gekomen met de films van Hitchcock?
H: Ik denk dat het begonnen is met iets dat Hitchcock niet zelf had geregisseerd, namelijk de televisieserie Alfred Hitchcock Presents die ze in de jaren ’60 iedere week uitzonden in Nederland. Daar deed hij dan altijd een soort introductie en dan kreeg je een korte film van een half uur te zien.

Zijn films ben ik pas gaan kijken toen ik al op de filmacademie zat, dus toen was ik al een jaar of 18. De eerste film die ik van hem zag zal waarschijnlijk The Birds zijn geweest op televisie. In die tijd was hij al aan zijn eind natuurlijk, hij maakte toen nog wel Frenzy en Family Plot en die heb ik ook in de bioscoop gezien. Later toen al zijn films opnieuw uitgebracht werden heb ik die ook allemaal in de bioscoop gezien. Toen ik Vertigo in Tuschinski voor het eerst op het witte doek zag vond ik dat erg indrukwekkend.

B: Is Vertigo ook de film van Hitchcock die het meeste indruk op je heeft gemaakt?
H: Het is mijn favoriete Hitchcock. The Birds was indrukwekkend omdat ik die als kind op tv had gezien, maar in retrospectief is Vertigo toch wel de film die de meeste invloed op mij heeft gehad.

B: Op welke manier heeft Hitchcock jou beïnvloed in je eigen werk?
H: Het is vooral het visuele vocabulaire dat Hitchcock bedacht heeft. Hij was natuurlijk een grote vernieuwer in die tijd, veel dingen die we nu heel normaal vinden heeft hij voor het eerst gedaan. Maar ook rare experimenten als Rope, die helemaal uit één shot bestaat of The Birds en Rear Window, waar geen muziek in zit.

Verder is er ook het moment van een close-up. Ik heb 7 jaar een soap geregisseerd – Onderweg naar Morgen – en het moment waarop je met de close komt is echt iets dat ik van Hitchcock heb geleerd. Eerst een over-the-sholder, dan een medium, nog even een insert van een telefoon ofzo en dan kom je met de close-up van een persoon. Dat moment is ontzettend belangrijk.

Ik weet niet meer precies voor welke film het was, ik geloof Rebecca, maar het schijnt dat Hitchcock een keer een lampje heeft laten maken voor in een glas melk, zodat alle aandacht op het glas melk gericht is. Een raar experiment eigenlijk, maar het werkt wel want je weet meteen dat er iets met die melk is. Verder heb je dan ook nog dat extreem lange shot uit Frenzy waar je ziet hoe de camera achteruit de trap af gaat en dan helemaal de straat oversteekt. Als je heel goed kijkt naar de mensen op straat zie je natuurlijk dat er een schnitt in zit, ze moesten namelijk de rails even verwisselen. Tegenwoordig is daar natuurlijk geen kunst meer aan met steadycams en drones, maar Hitchcock deed dat al in een tijd toen het nog niet zo makkelijk was.

Brian De Palma heeft veel van Hitchcock overgenomen en je zou wel kunnen zeggen dat ik in de jaren ’70 en ’80 meer een De Palma-fan dan een Hitchcock-fan was. Van De Palma heb ik zelf ook letterlijk citaten gebruikt in mijn films. In Dressed To Kill zie je af en toe dat Angie Dickinson ergens aan denk en dan komt er een soort gedachtenwolkje met een flashback. In mijn tweede korte film Crime de la crime heb ik dat letterlijk nagemaakt. Gerard Thoolen speelde daar een schurk en die kijkt omhoog en dan krijg je ook zo’n wolkje. In die zelfde film zitten ook twee vrouwen tv te kijken en dan hoor je het geluid van Vertigo.

B: Wat vind jij zelf het meest kenmerkend aan het werk van Alfred Hitchcock?
H: Ik denk de trefzekerheid van zijn shots en de schijnbare eenvoud. Als je een Hitchcock film zit te kijken lijkt het allemaal heel simpel, maar als je het dan gaat analyseren blijkt het ongelofelijk intelligent in elkaar te zitten. Dat komt natuurlijk door goede voorbereiding. Het belangrijkste vond hij het script en het storyboard en het draaien van de film zelf was iets waar hij dan weer erg tegenop zag. Ik denk dat hij daarom ook veel gebruik maakte van studio-opnames, omdat hij dan meer controle had over hoe de film eruit zou gaan zien.

Wat ik ook wel een kenmerk van Hitchcock’s films vind is dat je tijdens het kijken alles pikt, achteraf blijken dingen misschien een beetje onlogisch te zijn, maar het gaat natuurlijk om de kijkervaring zelf. Bij sommige films van anderen heb je vaak dat je tijdens de film al denkt van “dit is toch wel een beetje raar of onlogisch”, maar niet bij Hitchcock.

B: We hadden het eerder al over Frenzy. Sommige mensen zien Frenzy als Hitchcock’s tegenreactie op de Giallo, hoe denk jij daarover?
H: Dat zou betekenen dat Hitchcock op de hoogte was van de Giallo en dat weet ik niet. Ik denk niet dat Hitchcock iemand was die zich wat aantrok van wat andere mensen vonden of nadeden. Hij was natuurlijk wel boos op De Palma over Obsession, maar verder denk ik niet dat hij daar echt me bezig was. Ik denk eerder dat hij een beetje genoeg had van de censuur in Hollywood en in de jaren ’70 kon natuurlijk ook wat meer.

B: Je kent Dario Argento? In Italië staat hij bekend als de Italiaanse Hitchcock, maar critici noemen hem soms ook de Anti-Hitchcock, hoe denk jij daarover?
H: Hitchcock was natuurlijk altijd van de suggestiviteit en Argento liet het allemaal expliciet zien. Bij de moordscène in Psycho zie je nergens een mes een lichaam ingaan, terwijl je in Suspiria zelfs ziet hoe een mes een hart doorboort. En verder denk ik dat er geen enkele regisseur is die niet in zekere mate is beïnvloed door Hitchcock en zijn beeldtaal.

Qua spanningsopbouw en gebruik van geluid zie ik ook wel overeenkomsten. In het begin van Suspiria als Jessica Harper op dat vliegveld loopt en door een schuifdeur gaat stopt de muziek en hoor je buiten het onweer. Je schrikt je helemaal lam, om iets dat eigenlijk heel simpel en eenvoudig is. Wat dat betreft is Argento denk ik net zo’n experimenteel als Hitchcock was.