Onze Lieve Vrouwe en neogotiek in Kevelaer: Authenticiteits-erlebnis in de geest van “de Middeleeuwen”

Mariaverschijningen spelen een grote rol in de volksdevotie van het Rooms-Katholicisme. Dat gebeurde van oudsher al, maar kreeg een geheel nieuwe impuls na het afkondigen van diverse Mariale dogma’s in de negentiende eeuw.[i] In Nederland waren sinds de Middeleeuwen al bedevaartsplaatsen voor Maria, maar omdat tijdens de dagen van de Republiek het katholicisme moeilijk gepraktiseerd kon worden in Nederland kreeg het bedevaartsoort net over de grens in Kevelaer een bijzondere plaats in de herinneringscultuur van Nederlandse katholieken.[ii] Volgens de overlevering zou rond Kerstmis 1641 een marskramer genaamd Hendrik Busman bij een Hagelkruis op de heide van Kevelaer een verschijning hebben gehad van Maria met de opdracht daar een kapel te bouwen. Zo geschiede en sindsdien worden er vele wonderbaarlijke genezingen toegekend aan de plaats. Om de toestroom aan pelgrims te huisvesten ontstonden er meerdere kapellen in de omgeving. In de negentiende eeuw was er zo’n toestroom aan (met name) Nederlandse pelgrims dat bouwmeester Hilger Hertel de Oude tussen 1858 en 1864 de grote Mariabasiliek (of Marienkirche) heeft gebouwd naar ontwerp van architect Vincenz Statz. Statz was een zeer belangrijke architect in de Rijnlandse neogotiek en liet zich voor de basiliek inspireren door voorbeelden uit zowel Nederland als Frankrijk. Meest treffend van allemaal is wellicht de invloed van de beroemde dertiende-eeuwse Sainte-Chapelle in Parijs op het binnenwerk van de basiliek waaruit de kleuren van het interieur zijn ontleend.[iii]

Een veelvoorkomend motief is de sterrenhemel op het plafond van een gotische kerk. Bedoeld om de kerk een kosmisch karakter te geven. Het opdragen van het Heilig Misoffer wordt op deze wijze weer in de schepping geplaatst onder de sterrenhemel.[iv] Tegelijkertijd was in de negentiende eeuw niet het doel de illusie van een sterrenhemel te wekken, maar eerder om een gestileerde “Middeleeuwse” weergave te geven als onderdeel van de bekende Maria symboliek. De combinatie van gestileerde sterrenhemel met het vele goud geven de pelgrims – die waarschijnlijk enige tijd gereisd hebben om er te komen – een beleving van authenticiteit zoals de Romanistische architect idealiseerde. Alsof zij vanuit de moderne wereld zo de Middeleeuwen van Sint Lodewijk binnenstappen. Het interieur wekt een soort van  ‘historische sensatie’ op bij de toeschouwer door een beroep te doel op de “Middeleeuwse” aspecten.[v]

Echter is dit geen sensatie van een daadwerkelijk geleefde middeleeuwen maar van een katholieke hyper-middeleeuwen, een afspiegeling van de universele geloofsopvattingen van de Katholieke Kerk door een stijl van de tijd waarop zij in de samenleving de grootste culturele invloed had.[vi] De pelgrim komt zo na een lange reis naar deze plek met de anticipatie van een spirituele ervaring (omdat het een Mariaheiligdom is) ‘thuis’ in de ideale wereld van de katholieke visie. Het duidelijk aanwezige goud versterkt dit effect omdat goud in de iconografie dient om de ‘hogere werkelijkheid’ te verbeelden.[vii] De combinatie van de verwachting en de connotaties van het interieur roepen dus een authenticiteitservaring op die de spirituele ervaring van de plaats versterkt. Zo zijn de zintuigen een hulpmiddel geworden voor de geest.

[i] Zie bijvoorbeeld: Pius IX, Ineffabilis Deus (1854).

[ii] Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige staat van Alle Volkeren (1738), deel X, blz. 192-194.

[iii] Zie: Astrid Grittern, Die Marienbasilika zu Kevelaer (Köln 1999).

[iv] Zie: Robert Barron, Heaven in Stone and Glass: Experiencing the Spirituality of the Great Cathedrals (Los Angeles 2002).

[v] Herman Paul, Als het verleden trekt (Amsterdam 2014), 48-58; F.R. Ankersmit, De historische ervaring (1993), 15-25.

[vi] Peter Raedts, De Ontdekking van de Middeleeuwen. Geschiedenis van een illusie (Amsterdam 2011), 227-276.

[vii] Zie: Robert Barron, Heaven in Stone and Glass: Experiencing the Spirituality of the Great Cathedrals (Los Angeles 2002).